Naar de inhoud

Componist

Willie "The Lion" Smith

2 transcripties, elk met gescheiden linker- en rechterhand.

Portret van Willie "The Lion" Smith
Willie "The Lion" Smith

Willie "The Lion" Smith (1893-1973) werd geboren in Goshen, New York, en groeide op in Newark, waar hij ragtime, kerkmuziek en de klanken van de theaterbak in zich opnam. Hij hield altijd vol dat hij in 1897 geboren was, al vertelt zijn dienstplichtdossier iets anders. Samen met James P. Johnson en Fats Waller was hij een van de architecten van de Harlemse stride, de eerste grote solotraditie in de jazzpiano: een rollende linkerhand die stridend tussen basnoten en akkoorden heen en weer gaat terwijl de rechterhand versiering en melodie uitspint.

De bijnaam kwam voort uit de Eerste Wereldoorlog, waar Smith als artillerist in Frankrijk diende en een reputatie kreeg van koelbloedigheid onder vuur. Zijn spel droeg iets van die branie, maar er was ook een andere kant. Op 10 januari 1939 nam hij op één dag veertien solokanten op voor Commodore, waaronder originelen als "Echoes of Spring" en "Morning Air." Dat waren kleine toondichten, half stride en half impressionisme, met een harmonisch gevoel dat dichter bij Debussy lag dan bij de barrelhouse.

Duke Ellington, die hem eerde met zijn "Portrait of the Lion," noemde hem een blijvende invloed op iedereen die volgde. Smith bleef optreden tot in de jaren zeventig en legde zijn verhaal vast in het memoir "Music on My Mind" uit 1964. Zijn platen lonen geduldige studie: vertraagd en geopend in de oefenmodus, met de twee handen op aparte kanalen, worden die stridende bas en de zwevende harmonie iets wat je onder je eigen vingers kunt leren.